weg met wormen banner

Fabels & feiten over ontwormen

FeitWormen zijn een gezondheidsrisico voor het gezin.

Veel mensen weten niet dat wormen ook schadelijk kunnen zijn voor hun eigen gezondheid. Vooral kinderen kunnen makkelijk een wormenbesmetting oplopen. Zij spelen in zandbakken of aaien een dier en stoppen vervolgens de handen in hun mond. Meestal hebben mensen geen klachten van een wormenbesmetting. Maar de larven van de wormen kunnen zich verplaatsen naar andere plaatsen in het lichaam, zoals de longen, lever, hersenen en ogen. Hier kunnen wel ernstige klachten van komen. Gelukkig is een wormenbesmetting makkelijk tegen te gaan door huisdieren regelmatig te ontwormen. 


FabelOntwormen is niet nodig als mijn kat niet buiten komt.

Het is verstandig om binnenkatten minimaal 1-2 x per jaar tegen spoelwormen te behandelen. Wormeneieren kunnen ongemerkt met schoenen en tassen de woning binnen komen. Bovendien liggen katten vaak graag op de mat waar de eigenaar zijn of haar schoenen op afveegt. Vaker ontwormen is bij binnenkatten alleen nodig wanneer ze worden blootgesteld aan bijkomende infectierisico´s zoals bijvoorbeeld een vlooieninfectie, samenleven met een hond, het bezoeken van tentoonstellingen of verblijf in een dierenpension.

FeitDe ontwormfrequentie is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de hond of kat.

Jazeker! Afhankelijk van het leefgebied, de voeding en de gezinssituatie wordt de ontwormfrequentie bepaald. Doorloop het ontwormadvies voor een advies op maat. 

FabelOntwormen moet je alleen doen als je wormen of eitjes in de ontlasting kunt zien.

Niet alle soorten wormeneitjes zijn met het blote oog zichtbaar. Op het moment dat wormen in de ontlasting zichtbaar zijn, is de infectie al heel ernstig. Er komen dan bijvoorbeeld wormen mee met de ontlasting, of er zitten in de buurt van de anus kleine stukjes van een worm. Het is dus van belang regelmatig te ontwormen. Een alternatief hiervoor is het doen van microscopisch ontlastings-onderzoek door een expert. Dit onderzoek dient dan met dezelfde frequentie gedaan te worden het persoonlijke ontwormadvies voor het dier. 

FeitHonden en katten hebben vrijwel altijd wormen.

Ontwormingsmiddelen hebben over het algemeen een korte werkingsduur. Dieren kunnen zich na de werkingsduur van het toegediende product direct opnieuw besmetten door opname van nieuwe wormeieren of larven. Na opname duurt het enige weken voordat volwassen wormen ontwikkeld zijn die eieren produceren die uitgescheiden kunnen worden.


FabelAlleen middelen van de dierenarts zijn goed, producten uit de dierenspeciaalzaak zijn minder effectief.

Het meest gebruikte ontwormingsmiddel door dierenartsen bevat als werkzame stoffen Milbemycineoxime en Praziquantel. Voor het meest gebruikte middel uit de dierenspeciaalzaak geldt dit eveneens. Indien er een nieuw middel op de markt komt mag dit de eerste jaren uitsluitend via de dierenarts verkocht worden. Als het middel zich voldoende heeft bewezen, kan het vrij komen voor andere verkoopkanalen zoals de dierenspeciaalzaak. Milquestra bevat ook de werkzame stoffen Milbemycine oxime en Praziquantel en is dus niet minder effectief. De werkzaamheid van ontwormingsmiddelen van de dierenspeciaalzaak en de dierenarts moeten aan dezelfde richtlijnen en kwaliteitseisen voldoen.


FeitPreventief ontwormen maakt de wormen van je kat of hond resistent. 

In Nederland is er geen bewijs dat de werkzaamheid van ontwormingsmiddel afneemt als deze langdurig gebruikt wordt. Het is niet aangetoond dat de gevoeligheid van wormen verloren gaat (resistentieontwikkeling). Bij schapen en paarden is dit door de leefomstandigheden anders. De groep wordt zeer vaak met dezelfde werkzame stof behandeld en leeft, in veelal een vaste groep, op een beperkte oppervlakte weiland. Zo kan op dit perceel één levende “wormfamilie” overblijven, namelijk die de kans heeft gehad zich over meerdere generaties tegen de werkzame stof te wapenen. Bij onze huishonden en –katten zijn de leefomstandigheden totaal anders. Ze worden niet als groep maar apart behandeld. Daarbij komen onze huisdieren tijdens het uitlaten voortdurend op verschillende plaatsen in contact met doorlopend wisselende “wormfamilies”. Het gevaar op resistentie-ontwikkeling is daardoor klein.